Karel Appel (1921 – 2006) wordt beschouwd als één van de meest toonaangevende leden van de fameuze CoBrA-groep, waarvan hij in 1948 mede-oprichter was. Net zoals de andere leden van deze groep, zoals Constant en Corneille, liet hij zich inspireren door kindertekeningen en primitieve kunst. In zijn CoBrA-jaren schilderde hij felle kleuren, simpele vormen en vriendelijke, onschuldige wezens en fantasiedieren. Na het uiteenvallen van CoBrA in de jaren vijftig, verhuisde Appel naar Parijs en verdween figuratie grotendeels uit zijn werk. Hij ontwikkelde een steeds heftiger schildertrant waarbij lijn en kleurvak samensmolten in een bewogen verfmassa. Later echter, keerde de figuratie langzaam weer terug in zijn oeuvre, welk altijd gekenmerkt bleef door Appels levendig kleurgebruik en de gevoelsmatige benadering van zijn onderwerpen. In 1953 was zijn werk te zien op de Biënnale van Sao Paulo en in dat jaar had hij tevens zijn eerste grote solotentoonstelling. In 1954 kreeg hij solotentoonstellingen in Parijs en New York. Deze markeerden het begin van een internationale carrière.